Nou zitten er wel redelijk wat verschillen tussen Hong Kong en Vietnam, dus het contrast was groot. Ook omdat we in Hong Kong onze tijd vooral binnen in grote winkelcentra doorbrachten, terwijl we in Vietnam eigenlijk alleen buiten en in natuurgebieden zijn geweest. Verder lijkt Vietnam vooral uit rijstvelden en rivieren te bestaan en Hong Kong in tegenstelling vooral uit gebouwen en wegen. Als laatst is rondreizen in Hong Kong zeer geordend en overzichtelijk, terwijl in Vietnam het chaotische openbaar vervoer moeilijk te begrijpen als je niet wordt geholpen door een local.
Nou heeft Vietnam al een redelijk kaliber aan avontuur, maar we besloten dat nog eens te vergroten door ervoor te kiezen om zo duurzaam en community-based mogelijk te gaan reizen daar. Dit betekende dus geen hotels (tenzij de eigenaar een local is), geen grote tour-agencies, geen reisbureau’s en niets dat van buitenlandse investeerders komt. Het vraagt misschien iets meer voorbereiding en uitzoekwerk, maar geloof me: het is het zeker waard! De ervaring is veel mooier want je ziet tenminste de echte cultuur en verborgen plekjes van het land in plaats van alleen de toeristische hot-spots die je in elke reisgids vindt.
Achtereenvolgens: een geweldige hike-route door de rijstvelden, een vaar-route door prachtig tropisch woud en een briljante mountainbike-route door minority-dorpjes.
Als je de weg even niet meer weet is er altijd iemand die je wil helpen. :)
De reis begon al met een mooi samengeknepen-billetjes-avontuur. Tip: als je een transfer hebt in Beijing: check goed of je een tranfer-visum nodig hebt! :S Gelukkig is China alleen op papier streng, maar doen ze daar in praktijk blijkbaar weinig mee. We begonnen (en eindigden) met een paar daagjes in Hong Kong, maar vlogen al snel weer wat west-waards: Hanoi! En omdat we graag het land, de cultuur en de mensen wilden zien in plaats van alleen maar de binnenkant van treinen, bussen en vliegtuigen, zijn we alleen in noord Vietnam gebleven wat van zichzelf al heel veel te bieden heeft.
Vietnam wordt geregeerd door de communistische partij en alle andere politieke partijen zijn verboden.
Het grootste deel van de Vietnamese bevolking is niet religieus, maar veel mensen doen toch wat aan Boeddhisme.
Vietnam heeft naast de grootste ethnische groep de Kinh (Viet) ook heel veel ethnische minderheden (minorities) die veel ook in het noorden van Vietnam wonen. Hierboven zie je de zwarte H'mong die bekend staan om het maken (en zeker ook goed verhandelen) van sieraden en gereedschap.
Hoewel de Vietnamese overheid er heel hard aan werkt om alle kinderen op school te krijgen (door scholen te bouwen en docenten naar afgelegen gebieden te sturen), worden veel kinderen van de ethnische minderheden eropuit gestuurd om souvenirs te verkopen. Helaas kopen nog te veel toeristen dingen van kinderen op straat, waardoor deze vaak niet meer naar school gaan. De Vietnamese overheid is ook bezig met campagnes om te zorgen dat toeristen niet meer van kinderen kopen.
Stroomuitval is de normaalste zaak van de wereld in Vietnam. Om die reden heeft vrijwel niemand een koelkast en wordt dus alles vers gekocht op de markt. Heel gezond en lekker eten dus, maar je moet er natuurlijk wel op voorbereid zijn dat je soms in het donker moet koken...
Als je door Vietnam rondreist zie je vooral rijstvelden, afgewisseld met wat maïs- en theevelden en hier en daar een groepje bananenbomen. Meer dan de helft van de Vietnamese bevolking zit dan ook in de landbouw, hoewel dat met de jongere generatie sterk lijkt te gaan veranderen (deze lijken vooral economie, international trade en toerisme te studeren). De waterbuffel is een onmisbaar 'gereedschap' in de landbouw en de zeer zeldzame trekkers en andere landbouwmachines worden dan ook 'ijzeren buffels' genoemd.
Wat een groot voordeel is als je allebei in AIESEC hebt gezeten, is dat je na een mailtje die kant op van AIESEC Hanoi (en Foreign Trade University) aangeboden krijgt om bij hen te overnachten. Maar zelfs als je dit soort contacten niet hebt zijn er zat locals die een guest-house of home-stay hebben. Ze zouden ons ook even het echte Hanoi laten zien wat wij leerde kennen als chaotisch verkeer vol met Xe May (brommertjes), veel geweldige street-food tentjes (elk met hun eigen specialiteit), zeer vriendelijke mensen (vooral buiten de toeristische plekken) en een typische bouwstijl.
Community-based reizen... Laten we zeggen dat je meer meemaakt dan wanneer je in een touringcar zit. :)
Een van de vele street-food tentjes in Hanoi. Het enige dat je hier kunt kopen is een soort vers fruit milkshake, maar daar rijden dan ook zelfs de locals voor om!
Doe wat de locals doen! Citroen-thee drinken en zonnebloem-pitten eten bij de cathedraal van Hanoi is de beste manier om je dag door te brengen. :D
Maar het mooiste van Vietnam is nog wel buiten de grote steden te vinden, zeker als je een beetje buiten de toeristische gebieden gaat, het gewone openbaar vervoer neemt en ‘praat’ met de locals (oftewel: gebaren en veel glimlachen). Je hebt misschien geen beenruimte in de minibusjes of er wordt een volledige Vietnamese familie in je slaapcoupé van de trein gepropt, maar mensen waarderen je pogingen te ‘integreren’ en zijn super vriendelijk en behulpzaam.
Nog iets leuks van community-based reizen: je slaapt wel eens op interessante plekken. Of het nu een volledig van bamboe gemaakt hutje is, een net iets te gepimpte Feng Shui ingerichte kamer, een trein-bedje van 1,50m lang (ik ben 1,90m), een 'rijke mensen bed' (lees: plank, hoewel ik moet toe geven dat het lekker koel slaapt), of zelfs op de grond (nog verrassend goed geslapen hier zelfs), het is in ieder geval minder saai dan die anonieme hotel-kamers altijd. :)
Voor je het weet leer je wat Vietnamese woorden van een vrouwtje, wordt je uitgenodigd om met haar man thee te drinken bij hun thuis, komt de oude whiskey op tafel (’s ochtends), loopt ze je door hun trouwfoto’s heen en kom je pas weer weg als je verzekerd hebt dat jullie ook gaan trouwen. :P Of er wordt ’s avonds in een afgelegen dorpje een eend voor je geslacht en bevind je je tijdens het eten in een drinkwedstrijd met huisgestookte ‘happy water’ (meervoudig gedestilleerde rijstwijn) met de familie. En als je dan al blij bent dat je wakker wordt zonder kater, dan worden er de volgende ochtend nog eens een paar theekopjes ‘happy water’ in je gegoten, terwijl je die dag nog een heel end moet gaan mountainbiken (pas om 2 uur ’s middags voelde ik de alcohol niet meer). In sommige dorpjes waar we doorheen fietsten liepen trouwens hele dorpen uit om de ‘grote neus’ (=westerling) te zien en (voor de kinderen) om hun Engels te oefenen (“Hello fine thank you!”). En ook om naar de geimporteerde mountainbikes te kijken die 2 waterbuffels duur waren. :)
Thee, fruit en whiskey: Vietnamese gastvrijheid!
Een van de afgelegen dorpjes waar we hebben overnacht. Het was een dorpje waar de Tay-minority woont, aan de rand van een riviertje en op de voet van een klif met heel oud regenwoud en overal lopen varkentjes, buffels, honden, kippen, katten en eenden rond.
Het eindstation van veel van de in het dorp rondlopende dieren. ;)
Iets waar de Tay-minority bekend om staat... Schijn bedriegt: dat water is 'happy'! :P
Kortom, duurzaam en community-based op vakantie: een grote aanrader voor een geweldig avontuur!
























